Waldecklaan 23 Bussum

Barend Wolder
Amsterdam 15 april 1885 – Midden Europa 4 februari 1945

Margaretha Maria Sophia Wolder-van Luijnen
Amsterdam 8 februari 1887 – Bussum 29 januari 1967

Barend Wolder komt uit een groot, eenvoudig gezin. Zijn vader Jacob is portier. Hij trouwt met Esther de Haas, een dienstbode uit Twente. Zij krijgen zeven kinderen, drie zoons en vier dochters. Barend is de tweede in de rij. Het gezin staat als Nederlands-Israelitisch geregistreerd, maar volgens een dochter van Barends zus waren ze “vooral heel erg rood, niet joods gelovig”.

De familie verhuist vaak. Van de ene naar de andere kleine woning in wat men de jodenbuurt van Amsterdam noemt.

Als Barend tien jaar is, sterft zijn moeder, 34 jaar oud, kort na de geboorte van haar jongste dochter. Vader Jacob hertrouwt met Rebecca Brander.

Als Barend 19 jaar is wordt hij opgepakt. Hij komt voor de rechter omdat hij tientallen stoelen heeft gestolen van de zolder van een stoffeerderij aan de Boerensteeg. Hij laadt de stoelen op een open handkar, soms verpakt hij ze in stro. Hij verkoopt ze aan winkels. De rechter veroordeelt hem tot twee jaar gevangenisstraf. Kort daarna wordt hij nog een keer veroordeeld, tot een jaar gevangenisstraf dit keer, wegens de diefstal van leer van een zolder.

Eigenlijk zou Barend in 1905 in militaire dienst moeten. Maar wegens zijn veroordeling mag dat niet meer.

Het lijkt erop dat hij zijn 3 jaar in de gevangenis helemaal heeft uitgezeten.

Barend leert de katholieke Greta van Luijnen kennen en wordt stapelgek op haar. Hij vraagt haar vader om haar hand, maar die verbiedt Greta om met Barend te trouwen. Barend beschrijft dit allemaal op de achterkant van een foto van zijn geliefde.

“dapper biedt je tegenstand, moedig….onze liefde wordt versterkt door die tegenstand…”. Greta volgt haar hart en loopt weg van huis.

Het huwelijk wordt in 1912 kerkelijk ingezegend in de Sint Willibrorduskerk in Amsterdam. Een katholiek huwelijk. Greta schrijft na de oorlog aan het Afwikkelingsbureau concentratiekampen: “mijn man was oorspronkelijk jood maar voor ons trouwen is hij katholiek geworden. Dus mijn man was al in 1911 katholiek, wij waren 1912 getrouwd”.

Barend en Greta krijgen geen kinderen. Voor hun neven en nichten zijn ze oom Bap en tante Greet.

Barend Wolder begint een meubelhandel/stoffeerderij aan de Albert Cuyp. Het echtpaar woont boven de zaak.

Barend adverteert in de Tribune, de krant van de communisten, de anarchisten en de anti-militaristen.

In augustus 1927 verhuist Barend naar Bussum. Greta was daar al eerder ingetrokken, op de Waldecklaan, twee-onder-éénkap. Met balkonnetje, erker en tuin. Het huis lijkt door de jaren heen bewoond te worden door meerdere gezinnen tegelijk.

In 1939 komt de Centrale Inlichtingendienst, de voorloper van de AIVD, met een lijst van ruim zesduizend mensen die ze in de gaten houden. Barend Wolder staat erop, net als zijn zus Martha. Anarchist staat er achter hun naam. De lijst valt in handen van de Duitsers. Veel mensen die erop staan worden in de oorlog gearresteerd en komen om.

Barend reist met de trein op en neer naar zijn meubelzaak in Amsterdam.
Een achterneef zegt over oom Bap: “Er is me verteld dat Barend aan alles lak had. Hij was een man met persoonlijkheid. Een vrolijke man. Hij zat een keer in de trein, in de oorlog en leverde kritiek op Hess. Hardop. Oom Wim van Luijnen zat erbij. Die waarschuwde hem dat hij voorzichtiger moest zijn. Later had Barend een baard en zo reisde hij incognito.”

In 1943 is Barend Wolder nog een vrij man. Op 19 februari doet hij aangifte bij de politie. Uit zijn werkplaats is een leunstoel gestolen.

Dat Barend katholiek gedoopt is, beschermt hem niet tegen deportatie. De bezetter noemt hem een Rooms Katholieke “Volljude”. Maar dat hij getrouwd is met een katholieke vrouw beschermt hem wel – tot half 1943. Dan besluit Rijkscommissaris Seyss Inquart dat gemengd gehuwde joden zich moeten melden en worden zij voor de keus gesteld: “vrijwillige” sterilisatie of deportatie naar Westerbork.

Of Barend Wolder zich heeft gemeld, is niet bekend. Maar een jaar na de oproep, op woensdag 29 maart 1944 wordt hij in zijn werkplaats aan de Albert Cuyp gearresteerd. Volgens een achterneef is hij verraden door een familielid uit Rotterdam.

Barend wordt opgesloten in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans, een van de beruchtste plekken van de stad. Er zitten veel Amsterdammers die worden verdacht van verzetsactiviteiten – ze worden er gemarteld. Juist als Wolder er vastzit, in april 1944 besluit het verzet tot een bevrijdingsactie. Dertig bewapende verzetsmensen overvallen in de nacht van 30 april op 1 mei de gevangenis. De actie mislukt. Bij de schietpartij die volgt raakt verzetsleider Gerrit van der Veen zwaargewond.

Op 9 mei 1944 komt Barend Wolder in Westerbork aan. Op de transportlijst staan 23 “strafgevallen”. Ook Barend wordt een Strafffall genoemd. 20 van de 23 zijn gemengd gehuwde joden. Het lijkt erop dat zij gestraft worden omdat zij zich niet gemeld hebben.

Maar er zou ook een andere reden kunnen zijn: Omdat hij geen ster heeft gedragen? Omdat hij zich heeft onttrokken aan de Arbeidseinsatz? Omdat hij geregistreerd stond als anarchist? Of misschien alleen maar omdat hij in de winkel was? Greta schrijft na de oorlog aan het Rode Kruis dat ze daar niet meer mochten komen.

Barend Wolder komt net als andere “strafgevallen” terecht in strafbarak 67. Zijn zus Martha is daar dan al. Strafgevallen worden kaalgeschoren en moeten een blauwe overall dragen met scharlaken schouderstukken, die dienen als een soort schietschijf bij een ontsnappingspoging.

Vier maanden later gaat Barend Wolder uit Westerbork op transport naar Auschwitz. Ook hier staat hij op de transportlijst als half joods/gemengd gehuwd. In de gesloten veewagens zitten ook zijn zus Martha en Anne Frank. Martha wordt meteen na aankomst vermoord. Maar hoe het met Barend gaat, is niet duidelijk.

Na de oorlog, in juli 1945 krijgt Greta Wolder een briefje van een Hilversumse politieman, Sal Tas, die in 1941 is ontslagen omdat hij joods is. Hij is later opgepakt wegens sabotage en ontmoet Barend Wolder in het Huis van Bewaring in Amsterdam. Zij zaten samen op transport naar Westerbork, samen in strafbarak 67, samen op transport naar Auschwitz.

Volgens Sal Tas is Barend Wolder op 18 januari 1945, net voor de bevrijding van het kamp, naar Breslau vervoerd – in goede gezondheid. Tas raadt Barend Wolder aan om zich ziek te houden. Maar Barend vindt dat niet nodig.
Met 17 duizend anderen gaat Barend te voet naar een volgend kamp. Het vriest 22 graden. De mensen hebben nauwelijks kleding en schoeisel. In hun gestreepte gevangenispak worden ze door SS-ers met honden en zwepen verder gedreven. Er is nauwelijks eten of drinken en duizenden sterven onderweg van honger en uitputting. Of worden doodgeschoten door de bewakers.

Het lijkt aannemelijk dat ook Barend Wolder daar is omgekomen.

Op 27 januari bevrijden de Russen de achtergebleven mensen in Kamp Auschwitz.

Weduwe Margaretha Wolder-van Luijnen blijft na de oorlog nog jaren op de Waldecklaan 23 wonen. Ze heeft kostgangers in huis, haar neef trekt bij haar in. Drie jaar na de bevrijding is er nog geen spoor van Barend Wolder. Greta vraagt het Rode Kruis een oproep te doen, maar dat levert niks op. Negen jaar na zijn arrestatie, op 1 juni 1953 wordt door het Ministerie van Justitie zijn overlijdensdatum bepaald: 4 februari – ergens in Duitsland.
Kort daarna stopt Greta met de meubelzaak. Pas in 1964, als zij ver in de zeventig is, krijgt ze een uitkering voor nazi-vervolgden van de Duitse Staat.

GEMENGD GEHUWDE JODEN

In Duitsland hoeven de gemengd gehuwde Joden niet naar de kampen. Maar in Nederland ligt dat anders.
Tot de zomer van 1943 zijn gemengd gehuwde joden ‘in principe’ vrijgesteld van deportatie, maar ze moeten wel de Jodenster dragen en zich melden voor de Arbeidseinsatz. Wanneer gemengd gehuwden een ‘overtreding’ begaan, beschermt het huwelijk hen niet meer.
Duitse autoriteiten in Nederland worden herhaaldelijk teruggefloten door de autoriteiten in Berlijn, omdat zij de gemengd gehuwden wilden deporteren.

Nederland is het enige land waar de nazi’s officieel tot een politiek van sterilisatie overgaan. Het streven is ”vrijwillige” sterilisatie. De operatie moet worden uitgevoerd in Amsterdam en kost 112,50 gulden. Zelf betalen.
Alle geregistreerde gemengd gehuwde joden moeten zich melden. Zij worden voor de keus gesteld: “vrijwillige” sterilisatie of deportatie naar Westerbork.
Volgens gegevens van de bezetters wonen er dan in Nederland 8610 gemengd-gehuwde joden. Vanaf 1944 worden gemengd gehuwden of ‘vrijwillig’ gesteriliseerd, of opgesloten in Westerbork. In barak 67, de strafbarak. Daardoor zijn in Nederland relatief veel gemengd gehuwden omgekomen. Ten minste een kwart van het totaal aantal gemengd gehuwden is een of meerdere malen door de bezetter opgepakt (ruim 2000 personen) en geïnterneerd; mogelijk de helft van hen is omgekomen.

Bronnen: Archief Gooise Meren, Archief Herinneringskamp Westerbork, Gemeente archief Amsterdam, NIOD, Nationaal Archief, ISSG, Noord Hollands archief, Algemeen rijksarchief Brussel. 882335. Vreemdelingenpolitie, Yad Vashem, Kazerne dossier Mechelen Jewish Museum of Deportation and Resistence at Mechelen/Malines, Ronald van Luijnen, Mevrouw Engelsman-Wolder.