Van Ostadelaan 3 Naarden

Wilhelm Rosenstiel
Neustadt 13 januari 1886 – Sobibor 20 maart 1943

Irma Rosenstiel-Oppenheimer
Mergentheim 7 november 1896 – Sobibor 20 maart 1943

Liselotte Karoline Rosenstiel
Neustadt 17 maart 1923 – Sobibor 20 maart 1943

Albert Rosenstiel
Neustadt 17 december 1925 – Sobibor 20 maart 1943

De Rosenstiels zijn een welvarend gezin in Neustadt an der Haardt, een wijnstadje in de Pfalz. Ook de Rosenstiels produceren wijn. Het bedrijf is opgericht in 1869 door Ludwig Rosenstiel. Zijn zonen en achterkleinzonen treden in zijn voetsporen.
Wilhelm en zijn broer Julius doen dat met veel succes: de Gebrüder Rosenstiel bezitten begin jaren 30 minstens 34 percelen wijngaarden en runnen daarmee een van de grootste wijnhandels van de Pfalz.

In 1920 trouwt Wilhelm met Irma Oppenheimer uit Mergentheim.
Ze wonen op het terrein van het bedrijf tot na hun dochter Liselotte, hun tweede kind Albert wordt geboren. Dan verhuizen ze naar een grote, eigen woning aan de Waldstrasse.
Het bedrijf groeit ondertussen door.

Eind jaren 20 krijgen de nationaal-socialisten het voor het zeggen in de Pfalz. En daardoor verandert er veel voor de joodse inwoners en dus ook voor de Rosenstiels. Ze worden op allerlei manieren in diskrediet gebracht.
De nazi-krant “Der Eisenhammer” beschrijft Rosenstiel in 1926 als een jood, anti-Hitler, een verrader ‘die lang geleden een plaats op een lantaarnpaal verdiende’.

Op 1 april 1933 wordt een algemene, landelijke Juden-Boykott afgekondigd tegen joodse winkeliers. Nog voor de boycot hangen leden van de SA antisemitische leuzen voor joodse winkels. In Neustadt wordt een bewakingsdienst opgezet die joodse bedrijven bezoekt en registreert.
Zoals veel ondernemers worden de broers Rosenstiel beschuldigd van delicten in vreemde valuta. Op 23 oktober 1933 wordt Julius veroordeeld tot vijf dagen gevangenisstraf en een boete van 300 mark. Wilhelm wordt vrijgesproken.

Een paar weken later worden boeken van politieke tegenstanders en joodse schrijvers verbrand, op het Marktplein. De jeugdverenigingen wordt gevraagd de boeken in het vuur te gooien. Boeken van Thomas Mann, Stefan Zweig, Heinrich Heine.

De sfeer wordt almaar grimmiger in Neustadt. Bij het jaarlijkse dopen van de wijnen wordt in 1935 het predikaat “Rassereiner”, raszuiver ingevoerd. De wijnen van de Rosenstiels krijgen dat predikaat niet – en hun handel stort in.

Op 27 december 1935 worden Wilhelm en zijn broer Julius gearresteerd, ze worden verdacht van wijnvervalsing, net als drie medewerkers. 90.000 liter wijn wordt in beslag genomen en kelders en kantoren worden verzegeld.
De broers verkopen vanaf 1935 hun eigendommen. Het concurrerende bedrijf Carl Jos. Hoch ziet er wel brood in en koopt het wijnbedrijf en ook de woonhuizen.

Julius Rosenstiel vertrekt naar Engeland, waar zijn zoons wonen. Wilhelm en zijn gezin worden op 19 oktober 1937 ingeschreven in Rotterdam. “Joodsch vlucht” staat er op de kaart in het bevolkingsregister.
Ze trekken in bij zijn broer Siegmund Otto, koopman in papier en glas. Die woont met zijn vrouw Elsa en zoon Jack op Oudedijk 13. Hun andere zoon, Fred, studeert in Londen.
Na een kort verblijf in Parijs – waar twee zussen van Irma en ook haar moeder wonen – keren Wilhelm, Irma, Liselotte en Albert terug naar Rotterdam, dan naar de ’s-Gravenweg 49.

Wilhelm begint opnieuw een bedrijf, samen met Siegfried Winkel. Aan de Jufferstraat 22 in Rotterdam vestigen zij NV wijnbedrijf WiRo. Wi van Winkel, Ro van Rosenstiel.

Maar het bedrijf is geen lang leven beschoren. De bommen die de Duitsers droppen op 14 mei 1940 vernietigen de binnenstad van Rotterdam en ook het bedrijfspand.

Wilhelm – Willi voor bekenden – Rosenstiel geeft niet op. Het gezin Rosenstiel betrekt op 23 oktober 1940, vijf maanden na het bombardement van Rotterdam, een woning aan de Van Ostadelaan in Naarden.

Wilhelm krijgt toestemming van de Duitsers om een nieuwe fabriek te beginnen, op voorwaarde dat die op minimaal 25 kilometer afstand van de kust ligt. Hij zoekt een nieuw bedrijfspand en vindt dat in Hilversum.

Intussen trekt de Gestapo, de politieke en geheime politie van Nazi-Duitsland de nationaliteit in van Wilhelm, Liselotte en Albert Rosenstiel. Waarom moeder Irma wel Duits mag blijven is een raadsel.

Omdat joden geen bezit meer mogen hebben, verkoopt Wilhelm het bedrijf – in naam – aan de NV van Olffen handelsmaatschappij & likeurstokerij Zwarte Kip, bekend van de advocaat. Van Olffen wil ook wijn gaan produceren. In 1941 begint Wilhelm een druivenwijnfabriek op Havenstraat 20A in Hilversum.

De druiven worden in kistjes aangevoerd met de trein en op het station van Hilversum overgeladen in wagens die ze naar de Havenstraat rijden om daar geperst te worden en vervolgens in grote houten vaten opgeslagen. Houten vaten om in te rijpen. Al gauw is er meer ruimte nodig en komen er twee loodsen op een klein bedrijventerrein aan de Noorderweg bij. Vlakbij het station. Handig. Daar wordt ook gebotteld en geëtiketteerd. In het bedrijf komt een oude bekende van de familie terug: Toon Leenders had zich in Rotterdam opgewerkt van losarbeider tot bedrijfsleider van de wijnfabriek. Hij wordt ook in de nieuwe fabriek bedrijfsleider. Hij vindt een huis in Bussum, waarschijnlijk is dat door Rosenstiel geregeld.

De families komen regelmatig bij elkaar over de vloer. De kinderen van Toon willen graag contact met Liselotte en Albert maar er blijft afstand. Er is standsverschil en de familie Rosenstiel is erg voorzichtig met contacten.

Liselotte is naaister. Albert, die Ab wordt genoemd gaat naar de plaatselijke ULO. In de zomer van 1941 slaagt hij voor zijn examen staat in de Nieuwe Busschumsche courant.

Even lijkt het of een normaal leven weer mogelijk is. De voorraadkast staat vol potten kersenjam, en natuurlijk flessen wijn.

Maar in 1942 worden de maatregelen tegen joden steeds verder aangescherpt. Eind juni 1942 moeten de meeste joodse bewoners van Naarden gedwongen naar Amsterdam verhuizen. Toon Leenders adviseert Wilhelm om met zijn gezin
onder te duiken. Wilhelm weigert. Hij draagt zijn ster en gedraagt zich zo onopvallend mogelijk.
Bij razzia’s verstopt Wilhelm zich bij het gezin Leenders en Irma duikt er zelfs een paar dagen onder. De kinderen Liselotte en Albert gaan dan ergens anders heen. De gebedsriem, het gebedskleed, hoeden, de menora, ze worden stilletjes aan verplaatst van de Van Ostadelaan naar het huis van de familie Leenders aan de Vondellaan. Daar worden ze verstopt achter in de linnenkast van Toon Leenders. Persoonlijke spullen zoals fotoboeken worden vernietigd. Wilhelm geeft Toon een briefje van 1000 gulden in bewaring, voor later. Toon verstopt het achter een schilderij. Na de oorlog geeft hij het aan neef Fred, die als enige van zijn gezin overleeft. Zijn vader, moeder en broer zijn vermoord.

De Rosenstiels mogen nog een tijdje in hun woning aan de Van Ostadelaan 3 blijven, tot zij zich in oktober 1942 ook moeten melden. Via Amsterdam komen Wilhelm, Irma, Liselotte en Albert in het overbevolkte kamp Westerbork terecht. Daar worden ze 13 oktober 1942 geregistreerd. Barak 58. Het gezin blijft bij elkaar. En contact met Toon Leenders blijft er ook.

Wilhelm doet er alles aan om uit Westerbork weg te komen. Hij verzoekt ene Van Geffen in Hilversum vrijstelling te verzorgen. Hij vraagt Heynemann van de Joodse Raad, medewerker van de LIRO, en ritselaar van vervalste doopbewijzen hulp om zich te laten “ontjoodsen”. Hij zoekt contact met familieleden in binnen- en buitenland die iets voor hem kunnen betekenen. En hij vraagt zijn voormalige compagnon Winkel een plek te regelen op de Puttkammer-lijst. Een tijdelijke vrijstelling voor deportatie waarvoor veel geld betaald moet worden aan Erich Puttkamer van de Rotterdamse Bankvereniging. Puttkammer heeft het vertrouwen van de nazi’s, die op deze manier aan verborgen joods kapitaal willen komen dat niet aan de Lippmann-Rosenthal bank is overgedragen.

Om een aantal zaken te kunnen afhandelen, vraagt Wilhelm twee weken verlof, die hij in maart 1943 krijgt. Samen met zijn zoon Albert reist hij naar Amsterdam. Liselotte en moeder Irma blijven in Westerbork achter.
Tijdens het verlof brengen Wilhelm en Albert Rosenstiel een bezoek aan een hun bekende kleermaker, bij wie Wilhelm nog voor zijn vertrek naar Westerbork enkele rollen stof in bewaring heeft gegeven. Hij geeft hem de opdracht daar twee nieuwe pakken van te maken. Maar als hij een paar dagen later teruggaat om de pakken op te halen, zitten er Duitsers in de kleermakerij. Rosenstiel wordt beschuldigd van het achterhouden van kapitaal en onmiddellijk gearresteerd.
Op 17 maart is hij met zijn zoon weer terug in Westerbork. Enkele uren na hun aankomst daar vertrekt de trein naar Sobibor, met het hele gezin Rosenstiel aan boord. Het is de verjaardag van Liselotte, ze wordt die dag 20 jaar.
Een dag later, direct na aankomst in Sobibor, worden vader Wilhelm en zoon Albert vergast. Volgens de officiële stukken zijn ook moeder Irma en dochter Liselotte op die dag vermoord.

Historica Aline Pennewaard denkt dat moeder Irma en dochter Liselotte niet direct vermoord zijn. Zij denkt dat Liselotte, die ook Luka werd genoemd, en wellicht ook haar moeder, te werk zijn gesteld in de sorteerbarakken. Het bewijs vindt ze in naoorlogse getuigenissen van Alexander Pechersky, de man die een opstand leidde in Sobibor. Hij spreekt over een ketting rokende vrouw met roodbruin haar, ongeveer negentien jaar oud, geboren in Duitsland, samen met haar moeder in Sobibór. Als Alexander Pechersky op 23 september 1943 in Sobibor aankomt, zijn Luka en haar moeder daar nog altijd. Volgens Pechersky slaagt Luka erin bij de opstand te ontsnappen. De laatste informatie die Pechersky over Luka ontvangt, is dat ze wordt gezien te midden van een groep gevangenen die in de richting loopt van Chełm, een stad op ongeveer 50 kilometer afstand van het kamp. Hoe en waar ze sterft, zal wel altijd een onbeantwoorde vraag blijven. Datzelfde geldt ook voor moeder Irma. Een nicht getuigt na de oorlog dat ze in Bergen Belsen omkomt. Bewijzen zijn er niet.

Het bedrijf draait door. Toon Leenders blijft bedrijfsleider en besluit zich aan te melden bij het lokale verzet. De arrestatie van de Rosenstiels is de aanleiding. De wijnfabriek met zijn enorme wijnvaten biedt veel mogelijkheden voor verzetsactiviteiten. Ze verstoppen onderduikers en wapens in de wijntonnen. Met de wijn kun je mensen omkopen om anderen vrij te laten.

WiRo, het wijnbedrijf van Winkel en Rosenstiel wordt in 1949 officieel geliquideerd.

 

Bronnen: Archief Gooise Meren, Joods Monument, Stadsarchief Rotterdam, Joods erfgoed Rotterdam, NIOD, Nationaal archief, A.E.M. Schaap: Mus, ware verhalen van een gewoon gezin in de 2de WO, Ton Leenders, Aline Pennewaard, historica https://niw.nl/luka-rosenstiel-de-muze-van-sobibor/, David Selig, familie
Stadtarchiv Neustadt, “Vorbei – nie ist es vorbei; Beiträge zur Geschichte der Juden in Neustadt an der Weinstraße”, Historischer Verein der Pfalz, https://www.gedenkstaette-neustadt.de/gedenkstaette, https://www.jüdische-gemeinden.de/index.php/gemeinden/m-o/1425-neustadt-weinstrasse-rheinland-pfalz, Deutsche digitale bibliothek