Meerweg 48 Bussum

Jacob Lehman Boasson
Middelburg 2 februari 1878 – Sobibor 11 juni 1943

Seliena Boasson-Boasson
Middelburg 5 april 1888 – Sobibor 11 juni 1943

Kitty Boasson
Amsterdam 21 juli 1912 – Sobibor 23 april 1943

Jacob Lehman Boasson is op 2 februari 1878 in Middelburg geboren als zoon van de koopman Heijman Boasson en Frederika Lehman. Met zijn tweede naam is hij naar zijn moeder vernoemd.
Jacob Lehman trouwt in 1910 met Seliena Boasson (door haar zelf gespeld als Seline, zie de opdracht in het huwelijksgeschenk), dochter van de koopman Eduard Boasson en Cornelia Seliena Wiener. Kort na het huwelijk vertrekt het echtpaar naar de Johannes Verhulststraat in Amsterdam. Heel bijzonder in die tijd, J.L. Boasson krijgt daar een telefoonaansluiting met het nummer 9991.

In Amsterdam worden twee kinderen geboren, Eduard Hein in 1911 en Kitty in 1912. Op 20 april 1914 wordt het gezin op het adres Meerweg 48 in Bussum ingeschreven, waar Jacob Lehman Boasson een agentuur en commissiehandel voerde.

Zoon Eduard Hein promoveert in juni 1938 aan de Universiteit van Utrecht in de chemie. Hij zal de oorlog overleven.

Kitty zit in Bussum op Gooise Hoogere Burgerschool, later gaat ze naar de Rijkskweekschool. Op haar kaart van de Joodse Raad staat dat ze onderwijzeres is en “thans haar blinde en dove moeder verzorgt”. Kitty is op 9 april 1943 in kamp Westerbork ingeschreven met als woonadres Tugelaweg 129 in Amsterdam. Op 20 april 1943 gaat Kitty Boasson op transport naar Sobibor, waar ze na aankomst op 23 april is vermoord.

Het echtpaar Boasson is medio april 1943 op het adres Tugelaweg 126 in Amsterdam ingeschreven. Voor zover bekend komt het dan uit Bussum. Kort daarna worden Seliena en Jacob in kamp Westerbork geregistreerd. Op 8 juni 1943 gaan ze op transport naar het vernietigingskamp Sobibor.

De laatste brieven van Jacob Lehman en Seliena aan hun zoon Eduard, zijn bewaard gebleven. Dit zijn enkele brieven van mei – juni 1943, de laatste geschreven in kamp Westerbork. Een ongedateerd citaat, voor zover leesbaar:

Ik had Zaterdag nog naar Frederiks geschreven, en heb hem op Zondag getelegrafeerd dat wij morgen hier(?) vertrekken(?) en of hij ons nog redden kon. Ook (?) heeft Zaterdag geschreven. Maar veel hoop hebben wij er niet op.

Het is dus zeer aannemelijk dat ze wisten wat er gaande was.

In een ander fragment, uit een brief gedateerd 22 mei 1943, neemt Seliena duidelijk afscheid van haar zoon Eduard en zijn gezin. Dat is de enige redelijke interpretatie van hetgeen ze schrijft:

Ik heb je al gezegd Edu (Eduard), dat ik niettegenstaande het vaak moeilijke in ons leven mateloos genoten heb van veel dat goed en mooi was, niet het minst van jullie sterk gelukkig gezin. Laat het sterk en gelukkig blijven en laat er de blijheid niet uit verdwijnen om ons; dat zou mij wanhopig maken maar ik weet dat jullie verstandig genoeg bent en met ons toch den hoop niet op zullen geven aan ons weerzien.

Uiteraard wist niemand wat de bestemming van de trein zou zijn, maar ze waren er dus allerminst zeker van dat ze elkaar weer zouden zien. Natuurlijk hoopten Seliena en Jacob Lehman hun dochter Kitty te ontmoeten in een werkkamp ergens in ‘het oosten’.

Kort aankomst in Sobibor is het echtpaar Boassson-Boasson op 11 juni 1943 vermoord. Op het kaartje van de Joodse Raad staat dat Jacob Lehman sinds jaren lid is van het armbestuur en zijn echtgenoote doof en blind is. Dit laatste is ook terug te zien in de brieven, die soms beginnen met “moeder dicteert”, en soms plotseling een stukje in een ander handschrift geschreven zijn, met scheve regels. Seliena probeerde vermoedelijk blind te leren schrijven.

Bron: Joods Monument, Arolson Archives, Zeeuws archief, stadsarchief Amsterdam, geni.com, Wouter Boasson

Deze steentjes zijn gelegd door stichting Instandhouding Joods Erfgoed Gooi & Vechtstreek.