Mecklenburglaan 2 Bussum

Elsbeth Abeles-Eger
Dresden 17 januari 1908 – Auschwitz 12 oktober 1944

Max Eger
Dresden 15 november 1870 – Mexico, datum onbekend

Anna Eger- Hofmann
Pilsen (Tsjechië) 4 juni 1878 – Mexico, datum onbekend

Elsbeth Eger was Duitsland in december 1938 ontvlucht en kon in Nederland intrekken bij haar zus Therese. Die was getrouwd en had zich hier al eerder gevestigd met haar man aan de Graaf Willem de Oudelaan 63 in Naarden.

Elsbeth was verloofd met Rudolf Abeles, die naar Engeland was ontkomen. Hun plan: van daaruit samen emigreren naar de VS om aan verdere vervolging te ontkomen. Daarvoor gingen ze eerst trouwen, op 15 augustus 1939. Dat gebeurde in Hampstead (Engeland). Omdat Elsbeth nog een inwoner van Nederland was, kon ze daar alleen maar met een tijdelijke verblijfsvergunning naartoe. Toen die na twee weken was verlopen moest de pasgetrouwde Elsbeth weer terug naar Nederland. Het enige contact met haar man bestond uit het schrijven van brieven. Een visum voor Engeland kreeg ze niet. Even leek het er op dat ze toch naar Engeland kon. Haar man Rudolf had daar een baan voor haar gevonden. Nu was een visum mogelijk. Maar toen kwam er in 1941 een Duitse verordening die haar stateloos maakte en was de kans op een visum voorgoed verkeken.

Haar vader Max was in Dresden een gerenommeerd keel-, neus- en oorarts. Maar in 1935 moest hij zijn praktijk sluiten toen het voor joden verboden werd hun beroep uit te oefenen. Ook vader Max en moeder Anna kwamen uiteindelijk naar Nederland en trokken in 1940 in bij hun dochter Therese en haar man aan de Graaf Willem de Oudelaan. In oktober 1940 verhuist Elsbeth met haar ouders naar de Mecklenburglaan 2 in Bussum. Haar zus Therese en haar man waren inmiddels ontkomen naar Engeland en zouden later van daaruit emigreren naar Mexico.

Op 13 januari 1942 kreeg Elsbeth een baan in Amsterdam. Ze werd dienstbode op het adres Waldeck Pyrmontlaan 8 hs. Daar woonde Mannie Vorst, ex-schoonzoon van Abraham Asscher, één van de twee voorzitters van de Joodse Raad. Na verraad werden ze in augustus 1942 opgepakt maar kwamen later weer vrij. Elsbeth kon daarna aan de slag als stikster bij de textielfirma W. Wessel Bzn. Dat bedrijf maakte uniformen en kleding voor de Duitse oorlogsindustrie.

Toen haar ouders Max en Anna in 1942 opdracht kregen van Bussum naar Amsterdam te verhuizen, trokken ze in bij hun dochter op de Waldeck Pyrmontlaan. Maar daarna verdwenen ze van de radar. Volgens getuigen zaten ze twee jaar ondergedoken in Amsterdam. Er volgde opnieuw verraad en in september 1944 werden Elsbeth en haar ouders gedeporteerd naar Theresienstadt. Voor Elsbeth volgde daarna deportatie naar Auschwitz. Daar werd ze vermoord en op 12 oktober 1944 dood verklaard.

Haar ouders hadden het geluk Theresienstadt te overleven en konden terugkeren naar Nederland. Vader Max Eger zette op 2 november 1945 een advertentie in het Nieuw Israëlietisch Weekblad waarin hij vroeg wie informatie had over zijn dochter Elsbeth ‘voor het laatst gezien in Auschwitz’.

Beide ouders emigreerden in 1948 naar Mexico, waar hun dochter Therese al woonde. Daar zijn ze ook overleden. Wanneer is niet bekend.

Bronnen: Joods Monument, Oorlogsbronnen, Archief Gooi en Vechtstreek, ‘Ondergang’ van J.Presser, Delpher, Staatsarchiv Sachsen, Nationaal Archief, Arolsen-Archive (D).