Brediusweg 42 Bussum

Louis Abraham Zeehandelaar
Hoorn 15 september 1884 – Sobibor 23 juni 1943

Ronetta Zeehandelaar-Elzas
Eibergen 23 mei 1878 – Sobibor 23 juni 1943

Leo Marcus Zeehandelaar
Hoorn 15 januari 1909 – Sobibor 23 juni 1943

Louis Abraham Zeehandelaar is geboren te Hoorn 15 september 1884. Op 12 september 1905 trouwt hij in Zutphen met Ronetta Elzas geboren 23-05-1878 te Eibergen. Waarschijnlijk was dit een gearrangeerd huwelijk, kijkende naar het grote leeftijdsverschil en verklaringen van familie.

Al vrij snel wordt de eerste zoon geboren op 27 november 1906, Abraham Zeehandelaar. Iets meer dan 2 jaar later wordt Leo Marcus Zeehandelaar op 15 januari 1909 geboren.

Vader Zeehandelaar is op dat moment makelaar in Hoorn, waar hij zijn overleden vader heeft opgevolgd. In het Westfries Archief is een groot aantal door hem ondertekende aktes terug te vinden.

In 1921 besluit de familie te verhuizen naar Bussum, eerst aan de Graaf Wichmanlaan en vanaf 1928 aan de Brediusweg 42.

Abraham gaat naar de HBS in Hoorn en Bussum en haalt in 1930 zijn doctoraal economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Van Leo Marcus is bekend dat hij 1921 toegelaten wordt tot de eerste klas van de Gooise HBS en dat de familie voor hem een Bar Mitswa feest organiseert op 28 januari 1922 in Huize Couturier. In 1926 haalt hij zijn examen voor de “Litterair-Economische afdeeling”. Daarna studeert hij voor notaris. In 1929 haalt hij het eerste gedeelte van het notarieel examen, in 1931 het tweede en in 1936 het derde. Naast zijn school is hij geïnteresseerd in het Zionisme en “Keren Hajesod” (opgericht tijdens het wereld zionistisch congres van 1920 om de zionistische beweging van bronnen te voorzien om een Joods thuisland in Palestina te kunnen opzetten).

Zowel Ronetta als Louis Abraham zijn sociaal betrokken bij de Bussumse en Joodse gemeenschap. Ronetta houdt zich bezig met de Vereeniging van Joodsche Vrouwen, is penningmeester en zamelt geld in voor Finland in 1940 (na de winteroorlog tussen Finland en Rusland).

In februari 1930 wordt Louis Abraham gekozen tot voorzitter van het kerkbestuur van de Israëlitische gemeente. Hij is betrokken bij de financiële commissie, bij de aankoop van de nieuwe synagoge aan de Kromme Englaan in Bussum en de uiteindelijke inwijding in september 1931.

Daarnaast is de Brediusweg 42 het adres voor de “Rüdelsheim Stiftung” (stichting voor geestelijk gehandicapte joodse kinderen) en is de familie betrokken bij de vereniging “De Joodsche Invalide” en het “Bussumsch Crisis-comité”.

In 1935 trouwt zoon Abraham met Meta Jacqueline Cohen Bendiks en verhuist naar Amsterdam. In 1936 worden Louis Abraham en Ronetta opa en oma als Mariejanne Ronetta Zeehandelaar (Mieke van Creveld-Zeehandelaar) wordt geboren op 03 juni 1936 en Ronetta Zeehandelaar op 13 juli 1939.

Naast het makelaarschap is vader Louis Abraham in ieder geval sinds 1931 handelaar in edele metalen in Amsterdam en in 1940 schrijft hij zich daarvoor in, in Bussum.

Zoon Abraham en zijn familie komen al in september 1942 in Westerbork terecht. Onder andere door op de Weinreblijst (omstreden lijst om Joden van deportatie te redden) te staan en diverse verklaringen van werkgever, artsen en kennissen rondom onder meer gezondheid en onmisbaarheid, duurt het tot 15 februari 1944 voordat ze op transport naar Bergen-Belsen worden gezet.

Ondertussen hebben zij moeten zien hoe de ouders en broer van Abraham in Westerbork aankomen en op transport naar Sobibor gaan. Ze realiseren zich wat voor gruwelijk lot hen te wachten staat. Dat werd duidelijk door verhalen van andere Joden in Westerbork en familieleden en kennissen .

Ondanks verwoede pogingen om deportatie te ontkomen door onder andere Hondurese papieren te regelen, worden Louis Abraham, Leo Marcus en Ronetta in augustus 1942 gedwongen naar Amsterdam te verhuizen net als veel andere Joden. In juli 1942 plaatsen ze een advertentie in “Het Joodsche Weekblad” dat ze ten spoedigste op zoek zijn naar een kleine flat of 2 kamers en suite met badkamer. Op 20 juni 1943 worden ze naar Westerbork gedeporteerd en op 20 juli op transport gezet naar Sobibor, waar ze direct bij aankomst op 23 juli worden vermoord.

In april 1945 maken Abraham en zijn familie deel uit van de dodentrein van Bergen-Belsen naar Tröbitz, die later bekend wordt als ‘het verloren transport’. Abraham overlijdt waarschijnlijk door verminderde weerstand aan tyfus. De andere leden van het gezin overleven.

Bronnen: Archief Gooi- en Vechtstreek, Arolsen Archief, Joods Historisch Museum, Joods Monument, Westfries Archief, Nationaal Archief, Delpher, Mieke van Creveld-Zeehandelaar